India en China implementeren IPv6 op grote schaal
De wet van de remmende voorsprong
De wet van de remmende voorsprong
"We hadden al IPv4-adressen tekort toen we alleen nog maar computers aan het netwerk hadden hangen. Inmiddels hebben we 500 miljoen smartphones in India, en straks komen daar de airconditioners, koelkasten, wearables en miljarden andere apparaten bij, IPv6 is de toekomst: alle verbeteringen aan internet-protocollen, -standaarden en -beveiliging zullen op IPv6 gebeuren, en niet op IPv4. Het is in ons belang om die boot niet te missen." vertelt Vaishali Sangtani, product marketing manager bij Akamai. "IPv6 is de toekomst: alle verbeteringen aan internet-protocollen, -standaarden en -beveiliging zullen op IPv6 gebeuren, en niet op IPv4. Het is in ons belang om die boot niet te missen."
De toepassing van IPv6 maakt met name in India en China een sterke groei door. In een blog post beschrijft Franck Martin, senior systeembeheerder bij LinkedIn, hoe het verkeer vanuit deze twee landen steeds meer naar IPv6 verschuift. Vanuit India groeide dit aandeel in een jaar tijd van 22 naar 35 procent. Volgens hem speelt de mobiele provider Reliance Jio, die een paar honderd miljoen Android-gebruikers naar IPv6-only heeft overgezet, hierin een belangrijke rol.
In China gaat het aandeel IPv6-gebruikers nu richting de 10 procent. Daar is de transitie expliciet onderdeel van overheidsbeleid om IPv6 deze jaren grootschalig uit te rollen (ingezet voor de Olympische Spelen in 2008). In 2025 moeten alle Chinese internetgebruikers op IPv6 aangesloten zijn.
Martin voorspelt dat India en China in dit tempo heel snel de Verenigde Staten inhalen, die nu op een IPv6-adoptie van meer dan 50 procent zitten. Maar volgens de laatste statistieken van Akamai is India de VS inmiddels al voorbij: zij meten vanuit de VS een percentage van 46 procent van de gebruikers die via IPv6 binnenkomen, tegenover 62 procent vanuit India.
Wat deze grote, opkomende landen gemeen hebben is dat ze mobiele operators hebben die hun gebruikers in grote aantallen op een IPv6-only aansluiting hebben gezet. Uit eerder onderzoek van APNIC (de RIR voor de APAC-regio) bleek ook dat mobiele gebruikers aanzienlijk vaker via IPv6 het internet op gaan dan desktop- en tablet-gebruikers.
Naarmate meer servers ook via IPv6 bereikbaar zijn, wordt een IPv6-only infrastructuur steeds aantrekkelijker. NAT vereist immers een vertaalslag, of zelfs twee bij het gebruik van CGNAT. Zitten al je gebruikers op IPv6, dan hoef je die vertaalslag alleen nog te doen wanneer servers benaderd worden die uitsluitend via IPv4 bereikbaar zijn, en dat worden er langzaamaan minder.
Daar komt nog eens bij dat de meeste access providers om veiligheidsredenen precies moeten of willen bijhouden welke gebruiker bij welke verbinding hoort. Met IPv6 en enkelvoudige NAT is dat triviaal: je hoeft alleen te registreren wie welk IP-adres/prefix heeft. Dat zou je zelfs eenmalig centraal per aansluiting kunnen doen. Bij CGNAT moet je de verbindingen tussen de twee NAT-lagen met elkaar combineren. Dat levert een flinke administratieve last en complexiteit op.
Naarmate IPv6 aan server-zijde meer gemeengoed wordt, wordt de implementatie van IPv6 aan client-zijde vanwege de technische complexiteit en de benodigde resources dus steeds interessanter. Bovendien kun je IPv4 in het access netwerk daarna opruimen als je voor het resterende verkeer naar IPv4-only servers een IPv6-to-IPv4 gateway gebruikt.